Waar praten ophoudt en opstellen begint
- Helen van der Wals
- 9 okt 2025
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 16 okt 2025
Het is maandagochtend. De ochtendspits gonst door het huis en net voor vertrek naar school barst de bom. Een kleuter weigert zijn schoenen aan te doen. Hij zet zich schrap, huilt, schreeuwt en grijpt zijn vader bij zijn broek. De tijd dringt, maar hij houdt voet bij stuk: geen schoenen vandaag. Vader voelt hitte opkomen. Zijn stem wordt harder dan hij wil. In zijn borst welt druk op en zijn kaken klemmen. Hij probeert zijn boosheid te temperen, maar het gedrag van zijn zoontje maakt het moeilijk. Het raakt iets diep van binnen.
Veel ouders zullen dit herkennen: het gedrag van je kind raakt iets bij jou. Je herkent het patroon, kunt uitleggen wat er gebeurt en soms weet je ook waar het vandaan komt. Toch is het lastig om het te doorbreken, terwijl je dat wel wilt.

Het moment bij de voordeur is zoān situatie waar praten ophoudt en opstellen begint. De kans is groot dat je al eens van een opstelling hebt gehoord.
Een opstelling is een ervaringsgerichte werkvorm uit het systemisch werk: je zet (met mensen, vloerankers of houten poppetjes) jouw innerlijke beeld van relaties en themaās letterlijk in de ruimte neer. Zo wordt zichtbaar wat onder gedrag speelt, denk aan patronen in gezinnen, loyaliteiten en plek innemen. Handig om te weten: theorie, lichaam en opstelling werken samen maar zijn niet hetzelfde. De theorie geeft het denkkader. Het lichaam is je kompas: spanning op de borst, een brok in de keel, juist ontspanning, signalen die iets vertellen voordat je het kunt uitleggen. De opstelling is de plek waar die twee samenkomen in een veilig, klein experiment: je kijkt wat er gebeurt als je iemand verplaatst, woorden laat uitspreken of een plek inneemt die beter past. Je hebt geen voorkennis nodig; door te kijken, te voelen en kleine stappen te zetten ontstaat vaak vanzelf helderheid en ruimte voor een andere reactie bij de voordeur.
Hoe een opstelling werkt
We beginnen bij dat moment aan de deur: vader verliest zijn geduld, het kind verzet zich. We plaatsen hen allebei in de ruimte, en ook twee themaās die in het gesprek naar voren kwamen: nabijheidĀ (vader wil troosten, maar komt er niet bij) en grenzenĀ (hij merkt dat hij óf te streng wordt, óf zich terugtrekt).
Zodra de opstelling staat, verandert er iets in zijn lichaam. Zijn adem stokt halverwege de borst. Het is alsof er iets tussen hem en zijn kind in komt te staan, letterlijk: het thema nabijheid staat tussen hen. GrensĀ staat achter hem, bijna uit beeld. Vader voelt iets drukkends aan zijn schouders; als we dat verkennen, brengt het hem bij vroeger: hoe boosheid thuis klonk en wat dat met hem deed.

We nemen tijd om te landen in het lichaam: voeten op de grond, een paar rustige ademhalingen, aandacht naar binnen. āVroegerā krijgt erkenning en mag wat verder weg: āJa, dat was toen.ā āGrensāĀ komt naast hem staan, als steun. Zijn schouders zakken; er komt weer ruimte.
Een week later vertelt hij dat er iets is veranderd. Toen zijn zoon weer weigerde zijn schoenen aan te doen, voelde hij dezelfde spanning, maar herkende hij het moment. In plaats van te roepen, bleef hij even stil, zakte in zijn adem en knielde naast zijn kind. āIk zie dat je niet wil,ā zei hij. En waar eerder strijd ontstond, kwam er nu contact. Niet door een nieuwe opvoedtruc, maar omdat er vanbinnen iets op zān plek viel. Hij voelde beter wat van āvroegerā was en wat van nĆŗ is, waardoor hij rustiger kon reageren. Een oefening voor thuis Je hoeft geen volledige opstelling te doen om iets van dit inzicht te ervaren. Je kunt beginnen met een eenvoudige oefening. Denk aan een moment waarop je kind, partner of collega iets bij je raakt. Sta heel even stil. Zet je voeten op de grond, adem drie keer rustig in en uit en merk op wat je lichaam doet. Waar voel je spanning, waar ruimte? Misschien merk je iets van āvroegerā dat zich aandient in het nu. Door het op te merken en even te wachten, geef je jezelf de kans om te reageren vanuit rust in plaats van vanuit herhaling.
Mini-opstelling (2 min) Een eenvoudige oefening die je thuis kunt doen voordat je reageert op een lastige situatie:
Ga staan met beide voeten op de grond.
Zeg zachtjes tegen jezelf: ik ben hier en het is nu.
Leg links een tijdschrift, noem het vroeger. Leg rechts een kussen, noem het nu.
Ga op het tijdschrift staan. Adem drie keer richting je buik en merk op wat je voelt en denkt.
Ga op het kussen staan. Adem nogmaals drie keer richting je buik en merk op wat je voelt en denkt.
Kijk vanaf het kussen naar het tijdschrift. Bedank het vroeger in stilte. Keer met je blik terug naar het nu.
Vraag jezelf: wat is de eerstvolgende kleine stap die goed is voor mij en mijn kind?
Deze mini-opstelling helpt je systeem schakelen van oude reflex naar actuele keuze.
Leeftijd in beeld Bij elke opstelling checken we eerst: past dit bij de leeftijd van je kind, of speelt er meer mee? Een kleuter die āneeā zegt en wil testen waar de grens ligt, doet iets heel normaals. Dat geeft rust: je hoeft niet alles op te lossen, soms is alleen nabij blijven voldoende.
Theorie geeft taal, je lichaam geeft richting, de opstelling geeft ervaring. Die drie samen zorgen voor verandering die je terugziet in kleine, concrete keuzes thuis.
Wil je ervaren hoe een opstelling jou kan helpen? Bij Praktijk WindkrachtĀ verbinden we hoofd, hart en handen, zodat je patronen niet alleen begrijpt, maar ook echt doorbreekt.
Ā




Opmerkingen