top of page

Ik ben 9, de prepubertijd

  • Foto van schrijver: Helen van der Wals
    Helen van der Wals
  • 24 nov 2025
  • 3 minuten om te lezen

Mijn kind is pas negen, maar gedraagt zich als een puber,’ hoor ik vaak in mijn praktijk. De prepuberteit, ook wel de ‘ik-ben-negen-fase’ genoemd, is voor veel ouders een verwarrende tijd. Jouw kind is geen klein kind meer, maar ook nog lang geen tiener. En precies in die tussenruimte lijkt er van alles te verschuiven.



Een storm van binnen

Rond het negende levensjaar begint er iets bij je kind te veranderen. Emoties worden intenser, het zelfbewustzijn groeit en er ontstaat een rijkere binnenwereld. Waar het eerst nog dacht in goed of fout, ontdekt het nu dat de wereld eigenlijk veel complexer is dan dat. En dat is wennen. Voor ouder én kind.


Die groei brengt vragen, twijfels en soms ook pittige discussies aan de keukentafel. Niet vreemd want onzekerheid gaat opeens een grotere rol spelen. Je kind denkt na over vriendschappen, rechtvaardigheid, erbij horen en zelfs over de dood. Tegelijk groeit de behoefte aan autonomie, eentje die niet altijd in de pas loopt met de emotionele rijpheid. Ze willen loskomen, maar hebben je juist nu ook nog zó hard nodig.


Wat er onder het gedrag zit

Achter het dwarse gedrag en de plotselinge buien vol emotie schuilt een reden: een kind dat zoekt naar zichzelf. Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Hoe verhoud ik mij tot anderen? Voor volwassenen zijn dat al grote vragen, laat staan voor een kind van negen.


Opeens ontdekt het dat ouders niet alles kunnen oplossen. En erger nog: dat ze soms ook niet alles weten. Dat besef kan verwarring oproepen.


Veel ouders zien in deze fase stemmingswisselingen, brutaal gedrag of afstandelijkheid. Wat eronder ligt, is meestal iets heel anders: groei, onzekerheid en soms zelfs een vleugje angst. Je kind is van binnen een maatje groter geworden en moet nog wennen aan dat nieuwe lijf én hoofd.


Wat helpt als ouder

De prepuberteit is niet alleen een overgangsfase voor je kind, ook voor jou als ouder verandert er veel.


Het is volkomen normaal als je je in deze periode soms machteloos, onzeker of geïrriteerd voelt. Je moet opnieuw afstemmen op jouw kind: Wat heeft het nu nodig? Hoe blijf ik nabij zonder te veel over te nemen?


Probeer te blijven kijken naar wat er onder het gedrag schuilgaat. Neem gevoelens serieus, ook als ze in jouw ogen wat overdreven lijken. Voor je kind zijn ze echt. Door ruimte te geven aan emoties, leert het dat gevoelens veilig zijn en niet iets om te verbergen.


Tegelijkertijd groeit de behoefte aan autonomie. Begeleid die stap door enerzijds ruimte te bieden en anderzijds warme grenzen te stellen.


En misschien wel het belangrijkste om door de ‘ik ben negen’-fase heen te komen: neem het niet persoonlijk. Wat als verzet voelt, is vaak gewoon een oefening in loslaten. Een oefening in het worden van zichzelf.


Een overgang voor jullie allebei

De ‘ik ben 9’-fase is niet alleen een overgang voor het kind, maar ook voor de ouder. Jij moet opnieuw afstemmen: wat heeft mijn kind nu nodig? Hoe blijf ik nabij zonder te overnemen?


Als ouder is het normaal dat je je soms machteloos of geïrriteerd voelt. Dat hoort bij deze ontwikkelingssprong. Maar bedenk: juist in deze fase oefent je kind in het worden van zichzelf en dat doet het in relatie tot jou.


Hoe ik hiermee werk in mijn trajecten
? Het thema, hoe verhoudt het gedrag van je kind zich tot normale ontwikkeling? nemen we altijd mee in de trajecten in mijn praktijk.

 We doen drie dingen:

  1. Ontwikkelingskader bieden
 We leggen de lat naast de gemiddelde ontwikkeling: wat past bij negen jaar, en wat vraagt extra aandacht? Alleen al weten “dit hoort bij de leeftijd” brengt vaak lucht en balans terug aan de keukentafel. Kennis is macht, en rustgevend.

  2. Vertalen naar thuis
 We maken het praktisch: welke momenten lopen vast (ochtendspits, huiswerk, bedtijd)? Welke kleine aanpassingen in taal, ritme en grenzen helpen nu?

  3. Jullie samenwerking versterken
 Ouders zijn het kompas. We kijken hoe jullie samen consequent en warm kunnen blijven, zodat je kind zich veilig voelt om te groeien, met rafeltjes en al.

Veel ouders ervaren dat deze psycho-educatie en simpele interventies al genoeg zijn om weer steviger te staan. Soms is er meer nodig; dan verdiepen we. Maar vaak geeft het besef “dit is normaal, en hier kunnen we wat mee” al ruimte in het gezin. Leestip: het boek 'Laat je kind niet los' van Gordon Neufeld.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page