top of page

Een deep dive in codependentie (deel 3)

  • Foto van schrijver: Helen van der Wals
    Helen van der Wals
  • 2 jan
  • 3 minuten om te lezen

De moederwond, het tweede weekend van mijn opleiding. Tijdens het tweede weekend van mijn opleiding over codependentie voelde ik opnieuw hoe persoonlijk dit werk is. Theorie blijft niet netjes op papier. Het beweegt mee in je lijf, in je relaties, in de manier waarop je aanwezig bent bij jezelf én bij de ander.



Dit weekend stond in het teken van de moederwond. Een thema dat de oeroude laag van hechting raakt: ben ik veilig, word ik gezien, mag ik er zijn?


De moederwond verwijst naar de littekens die ontstaan als je je als kind in de eerste levensjaren niet volledig gezien, gehoord of afgestemd voelt door jouw moeder. Die wond blijkt een stille drijfveer achter veel van wat we later in relaties en in het ouderschap tegenkomen (Bron: instituut voor codependentie).


Er was één zin die dit weekend in mij bleef resoneren: “Voor jezelf kiezen is bereid zijn de ander te verliezen.”


Hard? Misschien. Maar het raakt precies de kern van codependentie: de angst voor verlies. Veel mensen kiezen daarom onbewust voor de schijn van verbinding boven echte verbinding met zichzelf. Liever dat dan de leegte van mogelijk verlies. We passen ons aan en houden vast. Omdat loslaten ooit onveilig voelde.


Verlatingsangst en bindingsangst

Tijdens het weekend onderzochten we hoe die moederwond zich vertaalt in twee herkenbare bewegingen: verlatingsangst en bindingsangst. Twee uitersten, met hetzelfde doel: het afdekken van de moederwond.


Verlatingsangst is de stille roep: “zie mij, hou van mij.” De voortdurende zoektocht naar geruststelling en bevestiging van een partner of kind.


Bindingsangst is de tegenovergestelde reflex: afstand nemen om de pijn van nabijheid te voorkomen.


Interessant en pijnlijk tegelijk is dat beide reacties vaak dezelfde onderliggende angst verbergen: de angst om alleen gelaten te worden. En soms herken je beide in jezelf; afhankelijk van het moment, de relatie, of de pijn die geraakt wordt.


De spiegel van relaties

Onze relaties, en zeker een zwangerschap of het ouderschap, spiegelen de nog onvervulde behoeften voortdurend. Een kind dat afstand neemt of zich juist vastklampen, kan iets aanraken in jou waardoor herhaling opspeelt, maar er ook heling ontstaan. Want wat jij herkent, kun je helen.


Terug naar binnen

Heling begint niet met grote stappen en hard je best doen, maar met kleine momenten van binnen. Heling komt door terug te te keren naar jezelf.


Wat ik meeneem uit dit opleidingsweekend is de bevestiging dat ons lijf altijd het eerste woord heeft. En als je luistert, wijst het je de weg naar binnen.


Een paar manieren om te oefenen met die terugkeer naar jezelf:

  • Voel vóór je handelt: wat leeft er in je lijf? Is dat spanning, druk op de borst, leegte of onrust?

  • Benoem zonder oordeel: “dit is mijn oude reflex.”, “dit is verlatingsangst,” of “dit is bindingsangst”.

  • Reguleer je ademhaling. Met een hand op je hart en je voeten stevig op de grond.

  • Luister naar je volwassen zelf. Wat is op dit moment waar? Wat is nu goed voor mij?


Ik weet het. Het helen van een ontwikkelingstrauma of vroegkinderlijk trauma is niet met ‘één extra keer diep ademhalen’ gefixed. Dat kost tijd, meer diepte maar bovenal moed. Je moet lef durven hebben om überhaupt iéts te voelen. Laat staan er dan ook nog bij te blijven.


De kleine stappen die ik je nu meegeef, zijn dan ook geen oplossing. Het is een uitnodiging. Een start om te oefenen met aanwezig zijn. Op een tempo dat voor jou haalbaar is.


Ben je daarna klaar voor de volgende stap? Neem dan contact op voor een kennismaking.


Kennismaking
min
Nu boeken

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page