top of page

Bindingsangst en verlatingsangst

  • Foto van schrijver: Helen van der Wals
    Helen van der Wals
  • 6 nov 2025
  • 3 minuten om te lezen

Soms lijkt het alsof je steeds opnieuw hetzelfde meemaakt in relaties. Je verlangt naar nabijheid, maar zodra iemand te dichtbij komt, trek je terug. Of je klampt je juist vast, bang om verlaten te worden. Bindingsangst en verlatingsangst zijn geen etiketten of diagnoses. Het zijn overlevingsstrategieën. En pas als we begrijpen waarom we doen wat we doen, kan er iets in beweging komen



Zie mij, hou van mij. Laat me met rust.

Bindingsangst en verlatingsangst zijn manieren waarop je ooit hebt geleerd om met pijn om te gaan. Achter die patronen schuilt vaak één en dezelfde angst: de angst om alleen gelaten te worden.


Wanneer een ouder emotioneel afwezig was, leer je als kind te plannen en te zoeken naar garanties. Later kan dat zich uiten in verlatingsangst; de constante zorg dat de ander zal vertrekken.


Andersom kan ook. Wanneer een ouder emotioneel behoeftig was en jou een zorgverantwoordelijkheid gaf, kan verbinding overweldigend aanvoelen. De nabijheid van een ander roept dan een gevoel van verstikking op, waardoor afstand bewaren veiliger lijkt.


Onder beide patronen ligt dezelfde kernangst: ik zal alleen achterblijven.

Alleen de uiting verschilt. Wie verlatingsangst kent, zoekt nabijheid en bevestiging. Bang om de verbinding te verliezen. Wie bindingsangst ervaart, zoekt juist afstand en autonomie. Bang om opgeslokt te worden door de ander.


De een heeft niet geleerd om stevig op zichzelf te staan, de ander niet om nabij te blijven zonder zichzelf te verliezen.


Een diep verlangen naar verbinding en tegelijkertijd de angst ervoor

Wie verlatingsangst ervaart, richt zich voortdurend op de toekomst en op zekerheid. Er ontstaat een soort hyperactivatie: paniek, klampen, plannen, proberen grip te krijgen.

Wie bindingsangst voelt, kiest eerder voor de tegenovergestelde beweging: je vlucht of bevriest. De verbinding houdt je in haar greep.


In beide gevallen ligt de aandacht bij de ander en niet meer bij jezelf. Je leeft op afstand van je eigen gevoel en juist daardoor ontstaat de verwarring tussen liefde, angst en behoefte.


Verlatingsangst fluistert: “Zie mij, hou van mij.” Bindingsangst zegt: “Laat me met rust.” Twee uitersten, maar beide verlangen naar hetzelfde: veiligheid.


Mensen met bindingsangst herkennen zich vaak in het volgende:

– De ander voelt al snel als te veel of verstikkend.

– Je oordeelt snel en zoekt continu naar gebreken

– Je hoort jezelf denken: “Ik red me wel alleen.”

– Er staat altijd een achterdeur open. Voor het geval dat…

– Schuld en schaamte liggen onder de oppervlakte.

– Je voelt je verantwoordelijk voor de stemming van een ander


En als er afstand is, groeit juist de behoefte aan nabijheid weer.


Bij verlatingsangst gebeurt juist dit:

– Zodra oude pijn wordt geraakt, reageer je vanuit het behoeftige innerlijke kind.

– Je projecteert (onbewust) tekorten uit je jeugd op de ander.

– Je verliest het contact met je eigen grenzen en behoeften

- Je bent continu bezig met het ideaal plaatje: een relatie die eindelijk goed, veilig en blijvend is.


Beide overlevingsmechanismen vinden hun weg in vriendschappen en liefdes. Vaak trek je een partner aan die precies spiegelt daar waar heling bij jou nodig is. Samen kan je helen, maar samen kan het oude patroon zich ook herhalen.


Dat is geen oordeel of een fout. Het is een uitnodiging om met zachtheid te kijken naar wat zich herhaalt. Want pas als we begrijpen waarom we doen wat we doen,

kan er iets in beweging komen.


Een korte oefening om je eigen sensaties te observeren

Deze oefening helpt je bewust te worden van wat er mentaal, emotioneel en lichamelijk gebeurt wanneer er toenadering of afstand ontstaat. Doe dit alleen als het veilig voelt, en neem er rustig de tijd voor.


  1. Sta tegenover elkaar, op een afstand die voor jullie allebei prettig voelt.

  2. De persoon die vaak afstand zoekt, zet een kleine stap naar voren. Voel wat er gebeurt, neem je tijd en probeer te benoemen wat er gebeurt.

  3. Keer daarna weer terug. Nu zet de persoon die eerder geneigd is vast te houden, een kleine stap naar achteren. Merk op wat dat met je doet. Wat voel je? Wat wil je lichaam doen?

  4. Herhaal dit in korte, bewuste stappen. Het doel is niet om iets te overwinnen, maar om te leren waarnemen.

  5. Wissel eventueel van rol, herhaal de stappen en ervaar het verschil.


Onthoud: je bént niet je angstmodus. Je gebruikt die modus om jezelf te beschermen tegen pijn. Zodra je dat herkent, ontstaat er iets nieuws: keuze.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page